De blog van en voor studenten Nederlands van de lerarenopleiding KATHO-RENO in Torhout.
dinsdag 5 oktober 2010
Standbeelden zijn tijdloos
Zijn tanden waren nog steeds even geel als sinds hun laatste poetsbeurt en een reusachtige grijze baard wees erop dat hij niet meer van de jongste was.
Enkele maden toonden aan dat die baard intussen zelfs een soort van biotoop was geworden voor allerlei beestjes die het fijn vonden om restjes appelmoes te eten.
Chronos keek geamuseerd toe hoe een kakkerlak zich wanhopig een weg naar buiten probeerde te banen doorheen het warrige baardhaar.
"Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb
Dan begin ik er beslist eens aan
Aan ik weet niet wat, maar je zult zien dat
Iedereen er zal verstomd van staan
Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb
Morgen of een andere dag misschien
Dan doe ik eens echt..."
(bron: Wat 'n Leven - Louis Neefs)
BANG KLING KRAK
'Verdomme!'
Woedend gooide Chronos de radio op de grond.
'Ik word hier nu eens zo moe van hé. Zeurkousen dat het zijn! Geen tijd, geen tijd... Ik heb wel zeeën tijd en ik doe er niets mee!'
Verontschuldigend keek hij zijn radio aan.
'Misschien is het niet jouw schuld, liefste radio... Misschien... Misschien moet ik maar eens een hobbie zoeken. Iets creatiefs en liefst ook cool! En tijdloos. Ja tijdloos, want daar ben ik dol op!'
Speurend keek Chronos in zijn boekenkasten en tot zijn grote verbazing stootte hij op
'Extreem Coole Hobbies voor Dummies'
'Cool, dat rijmt!' Nieuwsgierig doorbladerde Chronos het boek.
"Aardappels schillen, ankers schilderen, ballenbadduiken, pixels tellen, potloden slijpen..."
Chronos dacht dat hij nooit wat zou vinden dat hem lag, tot hij in grote letters zag staan:
"Beeldhouwen als een professional.
Altijd al een van die tijdloze sexy standbeelden in je tuin gewild? Dan is dit je kans!
Aarzel niet en bel 05622658988 voor een eerste gratis sessie beeldhouwen met Medusa!"
'Tijdloos? Sexy? Wow, dat is écht iets voor mij!' Riep Chronos vol vreugde. In een vlucht naar de telefoon, struikelde hij over de radio die hij eerder op de grond gegooid had en brak zijn been.
'Niets kan mij tegenhouden!' Riep Chronos, opnieuw vol vreugde.
Met behulp van zijn wandelstok, sleepte hij de telefoon tot binnen handbereik en tikte het telefoonnummer in.
'Wie heb ik aan de lijn?'
'Hallo.'
'Hallo.'
'Wie heb ik aan de lijn?'
'O, excuseert u mij, u spreekt met Chronos, beeldhouwmeester in wording.'
'Dag Chronos de beeldhouwmeester.'
'In wording!'
'Ha, OK, u belt waarschijnlijk in verband met de gratis sessie op zondag?'
'Uiteraard! Waar? Wanneer? Benodigdheden?'
'Eum, komt u morgenmiddag maar gewoon naar de Steenslangstraat 4.'
'Komt voor de bakker! Heb ik iets nodig?'
'Momenteel nog niet, zorgt u er gewoon voor dat u er goed uitziet.'
'Ik zie er altijd goed uit.'
'Sssssss... Interessant... Wel, tot morgen dan, beeldhouwmeester in wording!'
'Tot morgen! Bedankt voor de fijne babbel.'
'Daaaag.'
Pas na het telefoongesprek besefte Chronos hoeveel pijn hij had in zijn been. Gelukkig was hij vroeger nog bij de padvinders geweest en wist hij precies wat hem te doen stond.
Hij ging naar de dokter. Die deed gips rond Chronos' been en beval hem om de eerste weken op krukken te lopen. Chronos echter, was een zeer stoere bink en had met zijn wandelstok meer dan voldoende ondersteuning.
Hij negeerde de pijn en verlangend naar zijn eerste - gratis - beeldhouwles ging hij naar bed.
Beats of love
Tot nu toe heeft hij nog nooit de ware liefde ontmoet, maar op dit moment heeft Orpheus belangrijkere zaken aan zijn hoofd. Vanavond moet hij met zijn muziek het publiek meevoeren naar hogere sferen. Bij deze gedachte begint zijn hart opnieuw razendsnel te kloppen. Automatisch grijpt Orpheus naar zijn i-pod.
"After silence that which comes nearest to expressing the inexpressible is music."
Het citaat van Aldous Huxley op het scherm van de i-pod kalmeert hem opnieuw. Orpheus ademt rustig in en zet de volumeknop luider:
"Yeah, it's been a ride. I guess I had to go to that place to get to this one.
Now some of you might still be in that place. If you're trying to get out, just follow me.
I'll get you there."
Uit Eminem zijn songteksten put Orpheus altijd zijn krachten. Hij heeft net zoals de rapper een moeilijke jeugd achter de rug.
Via de trappen bereikt Orpheus het ondergrondse metrostation. Er is weinig volk op de been en naast wat gepraat van enkele toeristen speelt er na iedere tijdspanne een digitale recorder af met het verzoek: "Mind the gap. Mind the gap, please." De herhalende vrouwenstem begint Orpheus te irriteren en hij is opgelucht wanneer de tube in volle vaart de halte binnenrijdt. Haastig stapt hij in de metro en kijkt op zijn horloge. Nog een halfuur en de jaarlijkse wedstrijd "Battle Scars London Rap Battle" gaat van start. Hij besluit om te gaan zitten, want het duurt nog even vooraleer de metro de halte Camden Town bereikt. Verdiept in zijn gedachten schrikt Orpheus op wanneer een jonge vrouw voor hem komt zitten. Ze kijkt hem onderzoekend aan en knikt vriendelijk. "Gaat alles goed met u?", vraagt ze voorzichtig. "Ja...", zegt Orpheus met twijfel in zijn stem. "U lijkt nochtans zenuwachtig. Heeft u misschien belangrijke plannen vanavond?" "Ja, dat kun je wel zeggen, ja." Dan valt er een onaangename stilte. Orpheus haalt zijn songteksten uit de rugzak en begint verder te schrijven om de tijd te verdrijven. Vanuit zijn ooghoeken bespiedt hij de vrouw. Lang bruin haar, slank dat wat neigt naar de magere kant, een uitgesproken kaaklijn en grote doordringende blauwe ogen. Plotseling weerklinkt de digitale vrouwenstem opnieuw in de tube: "Next stop, Camden Town." Orpheus staat op en zegt gedag tegen haar. "Misschien tot onze volgende ontmoeting en veel succes deze avond", zegt ze vriendelijk terug.
Met het mysterieuze meisje nog vers in zijn geheugen loopt Orpheus door de straten waar junkies, rock and roll, tattooshops en eetkramen van allerlei culturen de stad overheersen. Eindelijk vindt hij het gebouw waar de batlle, zijn lot en zijn passie voor muziek zal plaatsvinden. De bar "Dingwalls" schittert in paarse led-lampen aan de gevel van het gebouw. "Dit is mijn moment. Nu moet ik me bewijzen", zegt Orpheus om zichzelf moed in te spreken. Hij haalt diep adem en stapt de bar binnen.
De spiegel
Ze landde niet onzacht op de grond. Ze keek om zich heen en zag dat ze op exact dezelfde plaats was geland als de plek in het bos waar ze door de spiegel was gesprongen. Alleen lag de spiegel er niet. Vreemd, zeer vremd dacht Freya bij zichzelf. Ze besloot om wat rond te wandelen in het bos. Ze slenterde wat rond en opeens zag ze een jongen. Ze stapte op hem af. “Hé, jij daar”, riep ze, “Wacht eventjes”. De jongen keek verbaasd op en bleef stilstaan. “Ja, wat wil je?”, vroeg de jongen. “Welke dag zijn we vandaag?”, vroeg Freya. “De vijfde oktober”, zei de jongen. “Welk jaar?”, vroeg Freya ongeduldig. “2010 tiens, ziet het eruit alsof we hier in de middeleeuwen zijn misschien”, sneerde de jongen. “Oké, mijn excuses, arrogante zak”, zei Freya furieus. En ze draaide zich om en beende de andere kant uit. “Hoooooo, wacht eventjes, sorry, zo bedoelde ik het niet”, zei de jongeman verontschuldigend. Freya draaide zich om en toverde en stralende glimlach op haar gezicht. “Oké, excuses aanvaard, ik reageer soms wat hevig”, zei Freya op een verontschuldigende toon. “Een echte roodharige furie dus”, lachte de jongen. “Ja, zo kun je het wel stellen”, glimlachte Freya. “Oh, en by the way, mijn naam is Hermes”, zei de jongen vriendelijk. “Ik ben Freya”, zei ze. Opeens klonk er gepiep. Hermes tastte in z’n zakken en haalde er een ultramoderne gsm uit. “Het is mijn moeder, ze vraagt of ik kom eten”, “Geen zin om vanavond bij ons thuis te eten?”, “Mijn ouders vinden dat toch niet erg”, zei Hermes. “Oké, deal!”, riep Freya spontaan.
Ze wandelden samen een beetje verder tot ze een groene, blinkende Vespa zagen staan. “Is die van jou?”, vroeg Freya. “Ja, gekregen van mijn ouders voor mijn zestiende verjaardag”, zei Hermes luchtig, “Zit maar achterop”. Freya nam plaats op de Vespa en samen reden ze een eindje door het bos. Ze vertraagden wat toen er een immense villa voor hen opdoemde. Ze stopten voor één van de vele garagepoorten van de villa. Ze stapten van de Vespa en Hermes haalde een bakje uit zijn zakken en drukte op een knopje. De garagepoort opende vanzelf. Toen die helemaal open was reed Hermes zijn Vespa naar binnen en zette de scooter naast een reeks andere scooters. Hermes ging opnieuw naar buiten en sloot de garagepoort door opnieuw op het knopje te drukken. “Volg mij maar”, zei Hermes. Freya volgde Hermes tot bij een enorme voordeur met ingelegd bladgoud. Hij openende de deur en liet Freya eerst naar binnen gaan. Freya begon Hermes best wel leuk te vinden, een beetje heel leuk zelfs…
Ze stonden in een enorme inkomhal waar er een grote luchter hing en verschillende wandtapijten hingen. Hermes opende nog een deur en Freya ging de kamer binnen. De kamer was ouderwets ingericht, volgens de barok als ze zich niet vergiste. Een lange tafel stond middenin de kamer. De tafel was volledig gedekt en er stond een feestmaal op. Er was wat gestommel en Freya keek op, ze kreeg bijna een hartinfarct. Voor haar stonden haar ouders. “Dit is Freya”, zei Hermes. “Mooie naam, als ik een dochter had gehad had ik haar ook Freya genoemd”, zei de vrouw. Dit was vreemd, enorm vreemd. Haar ouders stonden voor haar, herkenden haar niet, woonden in een kast van een huis en hadden dan nog eens een zoon… Freya voelde het tollen in haar hoofd, het werd zwart voor haar ogen…
Penelope
Penelope
Penelope en haar man hadden samen een fantastisch leven. Ze hadden elkaar leren kennen tijdens een conferentie over eerstelijnsgezondheidszorg.
Penelope was daar als verpleegster, haar man David als arts.
Na enkele jaren besloten ze te trouwen en samen een huis te kopen.
Maar het geluk bleef niet aan hun kant, David werd ernstig ziek en na enkele maanden overleed hij aan zijn ziekte. Penelope was kapot van verdriet en een zware depressie zat eraan te komen.
Er was nog zoveel dat ze samen met David had willen meemaken. Verre reizen maken en kinderen krijgen waren maar twee van de dingen die ze nog zo graag gewild had.
De weken gingen voorbij en Penelope besefte dat ze haar leven weer in handen moest zien te krijgen. Ze besluit om terug buiten te komen, terug aan sport te doen, terug haar werk op te nemen en terug te daten.
Al snel gaat alles terug zijn oude gangetje, behalve dan het daten. Penelope gaat van bed tot bed bij de mannen langs. Het maakte haar niet eens uit hoe de man eruit zag. Haar vriendinnen begrepen er niets meer van. Dit was niet de Penelope die zij kenden. Had dit te maken met het verlies die ze geleden had? Of was er meer aan de hand?
(G)RIP
Enkele minuten later zagen alle leerlingen in de verte twee schaduwen opduiken. Eindelijk! Thor en Pandora kwamen eraan, zich van geen kwaad bewust. Meneer De Bulder, liet zich niet van zijn meest populaire kant zien toen hij de twee een serieuze uitbrander gaf. Het voorval was al snel vergeten toen de bus eindelijk kon vertrekken. Het vertrek liep niet vlekkeloos, de oude rammelbak van de school had de grootste moeite om zich op gang te werken. Na enkele felle rukken waren ze toch vertrokken.
Ondanks alle akkefietjes, kon niets of niemand de sfeer op de gammele bus verzieken. Terwijl ze de steile helling, op weg naar het bos opreden, weerklonk gezang in de bus. Niemand had door dat de banden steeds minder grip hadden op de natte wegen. In iedere haarspeldbocht slipte de bus wat meer. Iedere bocht zoog de bus wat dichter richting de diepe,donkere afgrond.
maandag 4 oktober 2010
Mijn naam is Aufania, maar iedereen noemt me Fanie
Het is avond. Rode neonlichtjes vullen de straten van Amsterdam. Een stad die overdag o zo prachtig lijkt verzinkt ’s nachts in alle criminaliteit en erotiek. Schimmen dwalen in dit miezerige weer door gure steegjes op zoek naar ‘hun’ onbereikbare geliefde.
Welkom in het verboden geil! Het is niet enkel mijn bron van inkomsten, maar ook mijn thuis geworden. Ik ben Aufania, maar iedereen noemt me Fanie. ‘ Rood is mijn kleur en de nacht is mijn vriend’. Mijn lijfspreuk, althans volgens Thor. Mijn ‘vriend’. Mijn echte vriend blijft Taranis…Taranis… mijn schim, mijn onbereikbare liefde.
Het begint allemaal vijf jaar geleden. Nog niet wetende van Thor en Taranis studeer ik aan de universiteit hier in Amsterdam en leid een onbezonnen studentenleventje. Na twee jaar slaat het noodlot toe. Mijn vader overlijdt en moeder is niet meer in staat om mijn volledige studies te betalen. Dan maar een job zoeken denk ik. Na lang zoeken leer ik Thor kennen. Als ‘directeur van een modellenbureau’ heeft hij het ideale baantje voor mij. Gewoon eventjes poseren en je verdient er serieus wat geld mee. Geen vuiltje aan de lucht! Nee…
Nu zit ik achter glas, neem glimpen op van druilerige schimmen. Als een vogel gekooid in een glazen kooi zonder uitweg, wachten op die ene schim. Ontsnappen is onmogelijk met Thor die net als een kat op de loer ligt. Zodra je maar één stap buiten je kooi zet teken je meteen je eigen doodsvonnis. Het is een straatje zonder eind…
Mino Taurus
Hij was moe en gefrustreerd, maar toch opgewonden. Hij was vermoeid door z'n lange tocht naar het labyrint. Gefrustreerd omdat hij de weg niet terug vond in dit verdomde labyrint. Maar opgewonden omdat ze in het midden van het labyrint stond: Mino Taurus. Odysseus had geen flauw idee wie ze was. Maar zij zag hem wel zitten. Althans, dat dacht Odysseus toch. Het was ook allemaal zo vreemd. Precies twee dagen geleden had hij nog nooit van Mino Taurus gehoord. Totdat Odysseus het briefje op het zadel van z'n splinternieuwe Pegasus vond. Kom overmorgen naar het labyrint om drie uur, Mino Taurus, X, stond er geschreven in een krullerig meisjesgeschrift. Odysseus was meteen aangesproken door het mysterieuze ervan. Wie schreef tegenwoordig nog briefjes? Om te beginnen had ze een groot risico genomen. De kans dat Odysseus briefjes kon lezen na een avond poolen in het jeugdhuis, was relatief klein. Dat lag natuurlijk niet aan Odysseus zelf, maar aan z'n vriend die constant een nieuwe pils voor z'n neus zette.
Daarnaast had ze ook een groot risico genomen om een blauwtje te lopen. Want de kans dat Odysseus op het voorstel inging, was eerder gering. Alhoewel, blijkbaar kende ze Odysseus toch een beetje, want dergelijke mysteries zou hij nooit uit de weg gaan. Maar als zij hem kende, kende hij haar misschien ook. Hoewel, Odysseus was een geliefd persoon met een alom gekende, goeie reputatie. Er kenden heel wat mensen Odysseus, maar Odysseus kende lang niet al die mensen.
Odysseus begon zich stilaan af te vragen of het wel zo'n goed idee was om naar het labyrint te komen. Nu zat hij hier, doorweekt, op zoek naar een meisje dat er misschien niet eens was. Wie weet was het wel een meisje? Wie weet was het gewoon een jongen met een verwijfd handschrift. Of een lelijk meisje. Dat kon ook nog. Odysseus werd er steeds minder en minder gerust op. Zou hij niet gewoon rechtsomkeer maken? Was die Mino Taurus echt de moeite waard?