donderdag 8 oktober 2009

Het land van de geliefden

Op een mooie zomeravond wandelde Aphrodite langs het strand. Ze had namelijk enkele zaken te verwerken. Haar vriend was op een gegeven moment met de noorderzon vertrokken. Althans, dat dacht ze toch. Nochtans was Aphrodite een bloedmooie vrouw en had ze geen enkel gebrek aan mannelijke aandacht. Met haar verleidelijke blik maakte ze alle mannen gek. Ze was dan ook niet voor niets de godin van de liefde. Maar voor de godin telde maar 1 man in haar leven, Poseidon.

Poseidon werd wakker en keek om zich heen. Waar was hij in hemelsnaam beland? Wanneer hij aanstalten maakte om op te staan, merkt hij dat hij vastgeketend is. Allerlei vragen spookten door zijn hoofd. Wie zou hem zoiets aangedaan hebben? Waarom? Op welke manier? Hij kan zich niets meer herinneren van wat er gebeurd was. Dan was er nog Aphrodite, zij zou vast heel erg ongerust zijn.

Aphrodite wist geen raad meer hoe ze haar koninkrijk alleen moest besturen. Ze had namelijk een voorbeeldfunctie te vervullen in het land waar alleen maar liefde heerst. In het koninkrijk van Aphrodite waren bedrog en leugens uit den boze. Wie zich niet aan de regels hield, werd verbannen. Telkens wanneer ze haar bed inkroop, zag ze de foto van haar eeuwige liefde. Ze bleef maar worstelen met de vraag: “Waarom heeft hij mij toch verlaten?”.

Net op het moment dat Poseidon terug zijn ogen sloot, hoorde hij iemand de deur openen. Een donkere schaduw kwam op hem af. Pas toen de persoon naast zijn bed stond, kon hij zien wie het was. Het was Medusa. Ze was half mens, half monster. Op haar hoofd krioelden er meerdere slangen. En haar groene ogen keken in de richting van Poseidon. Wat was ze toch met hem van plan?

Net toen Aphrodite uit de keuken kwam, sloop een slang rakelings langs haar voeten. Vreemd genoeg begon de slang te praten. Ze had een boodschap voor Aphrodite.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten